Glucose

Het is alweer twee jaar geleden dat ik mijn glucose heb laten controleren. Het was verhoogd. Niet heel erg, maar wel verhoogd. Een voorstadia van diabetes. De huisarts vond dat ik het een jaar later maar weer moest laten controleren.
Dat is een beetje in het slob geraakt. Door allerlei omstandigheden.

Ik had niet echt last. Behalve dat ik soms om half 11 of halverwege de middag een appelflauwte kreeg. Terwijl ik wel goed ontbijt. Maar ik ben een enorme snoepkous.
Dus besloot ik dat het maar eens tijd werd voor een controle. Nuchter.

Afgelopen maandag had ik een afspraak. Bij de doktersassistente. Om 9 uur.
Het prikken ging prima, maar het apparaat was stuk. Dus de andere vinger.
"Veel te hoog", concludeerde de assistente. Mijn huisarts was ziek dus ik zou door een andere arts terug gebeld worden. Hoe nu verder. Ik zou tussen 12 uur en half 3 gebeld worden.

De hele dag sleepte ik mijn mobiel mee en mijn huistelefoon. Want ik wist niet op welk nummer ik gebeld zou worden.
Het werd uiteindelijk vijf over half zeven!

Ik moest een week later weer bloed laten prikken. Ditmaal uit mijn arm. Was het nog steeds te hoog dan zou er een plan opgesteld worden. Officieel diabetes.
Waarschijnlijk drie maanden bloed prikken en dan wordt het gemiddelde genomen. Waarschijnlijk medicatie en die snoeppartijen zijn afgelopen. En naar de praktijkondersteuner.

Ik moest aan mijn moeder denken. Ook zo'n snoeper. Mergpijpjes, chocolade, gebak. Net als ik.
Ze moest regelmatig voor controle. En drie dagen van te voren liet ze al het snoep staan.

Het is erfelijk. Mijn broer heeft het ook.
Ik ben niet te zwaar, beweeg regelmatig. Daar ligt het niet aan.

Waar ik wel op moet letten is dat ik niet afval. Van drie gezonde maaltijden zonder (ongezonde) tussendoortjes blijf ik niet op gewicht.

Eerst maar weer eens bloed prikken.

Herinneringen



Vandaag is het de geboortedag van mijn vader. Al zo lang niet meer in ons midden maar nog steeds heel veel in mijn gedachten.

Een vaders kindje op en top. Het enige meisje. Dezelfde koppigheid, zorgzaam, alles voor een ander en jezelf wegcijferen. Dat heb ik van mijn vader.
Naar andere mensen toe kon hij erg nukkig zijn. Nors zelfs. Maar voor zijn gezin had hij alles over.

Ik herinner mij vooral de vroege uurtjes in een koude flat. Omdat er geen verwarming was. Wel van een kolenkachel, maar wanneer die opgewarmd was. De bloemen stonden op mijn ramen. Om zes uur in de ochtend zaten wij bibberend met een kopje thee voor die kachel. Mijn vader porde hem regelmatig op.

Hele verhalen vertelde ik. Het was ons momentje elke dag. De rest lag nog op één oor.
Ik vind het nog steeds heerlijk om vroeg op te staan.

Hij kon geweldige meubels maken. Het was niet zijn beroep. Hij was beroepsmilitair. En genoot van dat werk.

Zijn ziekte kwam onverwachts, zijn overlijden nog veel meer. Hij heeft nauwelijks een jaar van zijn pensioen kunnen genieten.

Maar ik koester de mooie herinneringen.

Rare week

Vorige week vrijdag werd Lief ziek. Gelijk met mijn voornemen om in huis weer eens flink aan de slag te gaan. Tegenwoordig doe ik het in gedeeltes. Ik ben tenslotte niet de enige hier in huis.

Het idee om in de kamer te beginnen ging in rook op. Met een ziek Lief op de bank ging dat niet. Dus werd het de keuken. De kastjes aan de binnenkant, de koelkast schoongemaakt en ontdooid en op de kasten en mijn plank met spullen.

Zaterdag ging ik dan wel in de kamer aan de slag. Ook de kasten aan de binnenkant, mijn planken met fotolijsten, spullen teruggezet en alles om en nabij de eettafel.

Zondag de keuken verder gedaan..
'De buitenkant', zoals ik altijd zeg. Dat betreft ramen lappen, kookplaat en aanrecht en alles wat erop staat schoonmaken.
Afvalbakken legen en de koffiemachine schoonmaken.

In de nacht van maandag op dinsdag werd ik om vijf uur wakker. Geen Lief in bed. Die was al dagenlang heel erg aan het hoesten. Vooral als hij in bed lag. Heel snel zat hij weer rechtop. Ik ging naar beneden. Lief zat daar al vanaf kwart over drie. Hoestend, koortsig en helemaal niet lekker.

Hij wilde liever alleen blijven ik ging weer naar bed. Maar slapen ging niet meer. Dus zat ik om half zes aan de koffie. Lief ging later toch maar naar bed en zo stond ik om acht uur in de morgen ramen te lappen.

Ik ging regelmatig bij Lief kijken. Maar dat ging gewoon niet beter. Hoestdrank, paracetamol, veel drinken. Ik sleepte alles naar boven.
Die avond op tijd naar bed.

Dezelfde nacht zat ie om vijf uur beneden en die nacht daarop weer om kwart over drie.
Ik slaap redelijk door. Gek genoeg.

Vandaag zouden wij op alle twee de kleinkinderen passen. Kleindochter de hele dag en kleinzoon zouden wij uit school halen.
Maar dat ging niet met Lief. Dus ging ik vanmorgen alleen naar Zoon. Die moest vandaag weer naar het ziekenhuis.

Het was gezellig. Veel gepuzzeld, kleien en spelletjes. Ook nog een stuk gewandeld.
Samen haar broer uit school gehaald.

Lief was de hele dag alleen. Het ging redelijk. Langzaam beter.

Het is wel een hardnekkig virus.

Flow



Als wij de kerstboom neerzetten is het altijd een halve volksverhuizing. Veel spullen moeten naar boven.
Vorig jaar was ik vroeg. Zo ongeveer 9 december stond de boom. Met de rest van de kerstversiering.

5 januari ging alles weer achter het schot. Tijd om de boel weer naar beneden te halen. Ik miste mijn spulletjes. Maar Lief was binnenkort jarig en dan heeft hij het liever wat leger. De kinderen bleven ook eten .
Dus besloot ik alles een week op te schuiven. Meteen maar aan de schoonmaak. Dacht ik. Totdat ik (weer) begon te snotteren en Zoon verhinderd was.

"Kan het een week later?"werd er gevraagd. Natuurlijk, het kon ook niet anders.
Mijn verkoudheid ging gelukkig snel over. Er werden plannen gemaakt.

Toen belde zoon. Allemaal zieken.
"Helaas kunnen wij niet komen", zei hij.
"Een weekje later?"

Intussen lagen mijn spullen al bijna twee maanden boven. En beneden was het kaal. Ongezellig, vond ik.

Vorige week ging het feestje gelukkig wel door. En het was gezellig! En geslaagd.

Maar maandag was mijn zin om de boel eens goed schoon te maken helemaal weg. Of ik een kater had. En dinsdag en woensdag bleef dat gevoel ook weg.
Donderdag een dagje kleindochter. Inmiddels was Lief ziek. Hoestend en kuchend strompelde hij door het huis.

Gisteren gaf ik mijzelf een schop onder mijn kont. Met Lief behoorlijk ziek op de bank hangend ging ik aan de slag. Om Lief heen.
Ik wilde eigenlijk in de kamer beginnen maar Lief vond dat geen goed idee.

Dus werd het de keuken. Ik wilde de vriezer eens goed schoonmaken en ontdooien. Wat een werk! Lief gaf allemaal goed bedoelde raad vanaf de bank.

"Je moet heet water erin zetten".
"Zal ik het kacheltje halen?"

En dat deed hij ook. Boven een bloedhitte het ijs weg gekrabd. Allemaal handdoeken en schalen neergelegd. Maar dat hielp niets.

"Heb je het warm?"

"Niet zo gek hè?" zei ik.

Uiteindelijk glom hij weer als een spiegel. Het moest wel nu. Want hij was aardig leeg. Bovenop de kasten en planken schoongemaakt. Heerlijk!

Vandaag in de kamer aan de gang, al was het wel om Lief heen. Maar het schiet op.

Ik zit nu in de flow...........

Hypochonder

Hypochonder. Angst om (ernstig) ziek te worden. Ik weet niet waar het vandaan komt. En ook niet hoe ik er aan kom. Maar lastig is het wel. Mensen die dit hebben bezoeken vaak hun huisarts. Ik doe dat niet. Ik kom er niet zoveel.

Er wordt ook gezegd dat het erfelijk is. Dat het aan je opvoeding kan liggen.Dat je beschermd bent opgevoed en niet hebt geleerd hoe je met ziektes om moet gaan.

Maar feit blijft dat het vervelend is. Waar een ander denkt aan een griepje denk ik heel wat anders. En van googelen word je ook niet vrolijk. Ik heb er inmiddels mee leren leven. Denk ik. Want soms vind ik mijzelf heel erg vervelend.

Toen de overgang begon zat ik wel veel bij de huisarts. De vele hartkloppingen en duizelingen waren op z'n zachts gezegd niet leuk. Het heeft lang geduurd voordat ik daar aan gewend was. Ik kreeg die duizelingen ook op de gekste momenten. Als ik op bezoek was of midden in de supermarkt. Daarom nam ik altijd een winkelwagen 'voor je weet maar nooit'. Later durfde ik niet meer alleen. De angst om de angst,hè?

Zelfs als ik op de bank zat en mijn ogen dicht deed draaide alles. Ik ben toen onderzocht en er kwam niets uit. Van die hartkloppingen werd ik ook niet vrolijk. Zeker met al die hartkwalen in de familie.
Die zweetaanvallen (20 keer op een dag), daar lag ik niet wakker van. Lief wel, want 's nachts ging het gewoon door.

Van die overgang of menopauze ben ik nog steeds niet af. Ik ben een stresskip en dat helpt ook niet.
Maar ik weet waar het vandaan komt.

Het klinkt allemaal zwaarmoedig maar dat is het niet hoor! Ik heb een fijn leven. Met z'n ups en downs, zoals de meesten.

Dromen

"Ik heb zo raar gedroomd vannacht".
Lief was nog steeds onder de indruk.

"Ik droomde dat je al mijn schoenen midden in de kamer had opgestapeld en ik kon geen enkel compleet paar vinden"'
Het zweet stond op zijn voorhoofd. Nog steeds behoorlijk geïrriteerd.

Een mens kan raar dromen.
Ik droomde een hele tijd geleden dat ik mijn tas kwijt raakte. Op de gekste plaatsen.
Soms liet ik hem in de supermarkt staan, bij het afrekenen. Of hij werd gestolen terwijl ik hem even uit het oog verloor.

Ik werd nerveus wakker. En realiseerde mij pas na enige tijd dat het maar een droom was. Die tijd sleepte ik mijn halve huishouden mee in mijn tas. Waarschijnlijk erg kostbaar. Want ik was er behoorlijk ondersteboven van.

Soms kwam die droom een paar keer per week terug. Later zakte het af naar eens in de twee weken. En de laatste tijd helemaal niet meer.

Tot afgelopen nacht. Ik kon niet in slaap komen. Dan gebeurt er weer wat wat mij een beetje van mijn stuk brengt. Na een uurtje mijn bed maar weer uitgestapt en beneden gezeten met een kopje thee.
Meestal val ik dan wel in slaap als ik mijn bed weer in stap.

En ik was mijn tas weer  eens kwijt. Levensecht. Echt waar.

De hele dag een beetje brak geweest.

Morgen een nieuwe dag.


Emotioneel

Mijn jongste broertje was donderdag jarig. Ik was bijna twaalf toen hij geboren werd. Een nakomertje. Voor mij een levende pop.
Ik tutte wat af met hem. Samen wandelen, samen in de zandbak. Ik sleepte hem overal mee naar toe. Niet letterlijk natuurlijk. Maar ik was een vrijwillige oppas.

Het was een roerig jaar, 1967. Weer een baby in huis met net iets te weinig slaapkamers. Ik had er eentje voor mij alleen, mijn broers sliepen samen op een kamer en mijn ouders met mijn jongste broertje. Die ook ouder werd natuurlijk.

Mijn moeder begon te kwakkelen, Daar had ik geen erg in. Met twaalf jaar ben je met hele andere dingen bezig. Voor het eerst naar de middelbare school. Wat geen succes was trouwens.
Vriendjes of vriendinnetjes had ik niet. Behalve een buurmeisje die helaas ging verhuizen.

Dus stortte ik mij op mijn broertje. Die zomer gingen wij kamperen. Dat deden mijn ouders graag en ook met een baby van zes maanden. Maar ik bood mij aan. Dus werd er regelmatig het kampeerterrein verkend.

Het begon zo mooi, 1967. Het eindigde dramatisch. Mijn moeder werd in het ziekenhuis opgenomen met baarmoederhalskanker. Dat wist ik toen niet.
Ik herinner mij een foto van mijn broertje toen hij een maand of 10 was. In de kinderstoel. Later zag ik een foto van hem in dezelfde kinderstoel, twee maanden later. Met een taart met één kaarsje. Zo'n verschil.

Het was een beetje een chaos bij ons thuis. Mijn moeder doodziek op bed, een huishoudelijke hulp, mijn vader die een beetje ontredderd rondliep en nog drie kinderen 14, 12 en 5 jaar oud.
Het waren moeilijke maanden, moeilijke jaren.Later werd ons verteld wat er nu precies aan de hand was. De ziekte van mijn moeder, het pesten op school, soms ontvluchtte ik de boel en ging met mijn broertje wandelen. Ik kon mijn ouders in deze tijd niet ook nog eens met mijn problemen opzadelen.

Gek eigenlijk hoe alles weer bovenkomt als je naar een tv programma kijkt. 'Over mijn lijk'.
Een emotioneel beladen programma die ik in mijn eentje kijk. Twee vrouwen hebben baarmoederhalskanker. Rond de dertig jaar.
Het komt echt binnen.

De ziekte en het programma.