Hypochonder

Hypochonder. Angst om (ernstig) ziek te worden. Ik weet niet waar het vandaan komt. En ook niet hoe ik er aan kom. Maar lastig is het wel. Mensen die dit hebben bezoeken vaak hun huisarts. Ik doe dat niet. Ik kom er niet zoveel.

Er wordt ook gezegd dat het erfelijk is. Dat het aan je opvoeding kan liggen.Dat je beschermd bent opgevoed en niet hebt geleerd hoe je met ziektes om moet gaan.

Maar feit blijft dat het vervelend is. Waar een ander denkt aan een griepje denk ik heel wat anders. En van googelen word je ook niet vrolijk. Ik heb er inmiddels mee leren leven. Denk ik. Want soms vind ik mijzelf heel erg vervelend.

Toen de overgang begon zat ik wel veel bij de huisarts. De vele hartkloppingen en duizelingen waren op z'n zachts gezegd niet leuk. Het heeft lang geduurd voordat ik daar aan gewend was. Ik kreeg die duizelingen ook op de gekste momenten. Als ik op bezoek was of midden in de supermarkt. Daarom nam ik altijd een winkelwagen 'voor je weet maar nooit'. Later durfde ik niet meer alleen. De angst om de angst,hè?

Zelfs als ik op de bank zat en mijn ogen dicht deed draaide alles. Ik ben toen onderzocht en er kwam niets uit. Van die hartkloppingen werd ik ook niet vrolijk. Zeker met al die hartkwalen in de familie.
Die zweetaanvallen (20 keer op een dag), daar lag ik niet wakker van. Lief wel, want 's nachts ging het gewoon door.

Van die overgang of menopauze ben ik nog steeds niet af. Ik ben een stresskip en dat helpt ook niet.
Maar ik weet waar het vandaan komt.

Het klinkt allemaal zwaarmoedig maar dat is het niet hoor! Ik heb een fijn leven. Met z'n ups en downs, zoals de meesten.

Dromen

"Ik heb zo raar gedroomd vannacht".
Lief was nog steeds onder de indruk.

"Ik droomde dat je al mijn schoenen midden in de kamer had opgestapeld en ik kon geen enkel compleet paar vinden"'
Het zweet stond op zijn voorhoofd. Nog steeds behoorlijk geïrriteerd.

Een mens kan raar dromen.
Ik droomde een hele tijd geleden dat ik mijn tas kwijt raakte. Op de gekste plaatsen.
Soms liet ik hem in de supermarkt staan, bij het afrekenen. Of hij werd gestolen terwijl ik hem even uit het oog verloor.

Ik werd nerveus wakker. En realiseerde mij pas na enige tijd dat het maar een droom was. Die tijd sleepte ik mijn halve huishouden mee in mijn tas. Waarschijnlijk erg kostbaar. Want ik was er behoorlijk ondersteboven van.

Soms kwam die droom een paar keer per week terug. Later zakte het af naar eens in de twee weken. En de laatste tijd helemaal niet meer.

Tot afgelopen nacht. Ik kon niet in slaap komen. Dan gebeurt er weer wat wat mij een beetje van mijn stuk brengt. Na een uurtje mijn bed maar weer uitgestapt en beneden gezeten met een kopje thee.
Meestal val ik dan wel in slaap als ik mijn bed weer in stap.

En ik was mijn tas weer  eens kwijt. Levensecht. Echt waar.

De hele dag een beetje brak geweest.

Morgen een nieuwe dag.


Emotioneel

Mijn jongste broertje was donderdag jarig. Ik was bijna twaalf toen hij geboren werd. Een nakomertje. Voor mij een levende pop.
Ik tutte wat af met hem. Samen wandelen, samen in de zandbak. Ik sleepte hem overal mee naar toe. Niet letterlijk natuurlijk. Maar ik was een vrijwillige oppas.

Het was een roerig jaar, 1967. Weer een baby in huis met net iets te weinig slaapkamers. Ik had er eentje voor mij alleen, mijn broers sliepen samen op een kamer en mijn ouders met mijn jongste broertje. Die ook ouder werd natuurlijk.

Mijn moeder begon te kwakkelen, Daar had ik geen erg in. Met twaalf jaar ben je met hele andere dingen bezig. Voor het eerst naar de middelbare school. Wat geen succes was trouwens.
Vriendjes of vriendinnetjes had ik niet. Behalve een buurmeisje die helaas ging verhuizen.

Dus stortte ik mij op mijn broertje. Die zomer gingen wij kamperen. Dat deden mijn ouders graag en ook met een baby van zes maanden. Maar ik bood mij aan. Dus werd er regelmatig het kampeerterrein verkend.

Het begon zo mooi, 1967. Het eindigde dramatisch. Mijn moeder werd in het ziekenhuis opgenomen met baarmoederhalskanker. Dat wist ik toen niet.
Ik herinner mij een foto van mijn broertje toen hij een maand of 10 was. In de kinderstoel. Later zag ik een foto van hem in dezelfde kinderstoel, twee maanden later. Met een taart met één kaarsje. Zo'n verschil.

Het was een beetje een chaos bij ons thuis. Mijn moeder doodziek op bed, een huishoudelijke hulp, mijn vader die een beetje ontredderd rondliep en nog drie kinderen 14, 12 en 5 jaar oud.
Het waren moeilijke maanden, moeilijke jaren.Later werd ons verteld wat er nu precies aan de hand was. De ziekte van mijn moeder, het pesten op school, soms ontvluchtte ik de boel en ging met mijn broertje wandelen. Ik kon mijn ouders in deze tijd niet ook nog eens met mijn problemen opzadelen.

Gek eigenlijk hoe alles weer bovenkomt als je naar een tv programma kijkt. 'Over mijn lijk'.
Een emotioneel beladen programma die ik in mijn eentje kijk. Twee vrouwen hebben baarmoederhalskanker. Rond de dertig jaar.
Het komt echt binnen.

De ziekte en het programma.

Lieselot

Lieselot keek eens om zich heen. Een brede glimlach kwam tevoorschijn. Ze snoof eens diep. De verflucht was nog duidelijk aanwezig. Ze sprong op het bed en gebruikte hem als trampoline.
"Niet springen, niet springen", zoemde het in haar hoofd. Want dat mocht niet van haar moeder.

Net verhuisd, als enig meisje een eigen kamer en voor het huis een groot bos. Zo voelde dat. Het was een wild onbegroeid terrein. Ze woonden op een flat. Drie hoog. Geen verwarming en in de winter stonden de ijsbloemen op de ramen.

Lieselot was een wildebras en was dan ook vaak buiten te vinden. Samen met haar broer. Tikkertje spelen, ravotten, graven. Elke dag was er wel wat nieuws.
Aan mooie kleren had ze een broertje dood. Tot verdriet van haar moeder die er altijd als een dametje bij liep.

Afgetrapte schoenen, een spijkerbroek en een oud shirt, ze voelde zich als een vis in het water. Lieselot ging dan ook helemaal in het spelen op.
Een sanitaire stop kwam in haar woordenboek niet voor. Haar spel onderbreken om drie hoog naar het toilet te gaan, ze vond het vreselijk.

Haar broer had het makkelijker, vond zij,. Die ging gewoon achter een boom staan. Lieselot deed hetzelfde, maar dan op haar hurken.
Toen haar moeder er achter kwam was er een felle discussie.
Nette meisjes deden dat niet. Meisjes deden dat helemaal niet.

"Je broer heeft een plassertje", zei ze."Dat is anders"'
Maar Lieselot legde zich er niet bij neer. Dat moest anders kunnen. Haar vader was meubelmaker. Wat hij zag kon hij maken. Echt de mooiste dingen en ook de meest praktische dingen.

Toen Lieselot weer eens achter een boom op haar hurken zat zag haar moeder dat vanaf drie hoog.
"Lieselot, nu naar binnen!"
Maar die was niet voor één gat te vangen en schreeuwde terug:

"Ik wil ook een plassertje, kan papa er niet één maken op zijn werk!


Het klokje



Ik mis mijn moeder.

Steeds meer.

De laatste tijd overvalt het mij zomaar, het gemis. Ik was er dan ook veel de laatste tijd. En wij kletsten wat af.
Hele bomen werden er opgezet. "s Middags bij een kopje koffie, zij een kopje thee konden wij uren praten. Over van alles. Soms met een lach, soms met een traan.

Zij keek altijd uit naar mijn bezoekjes. Omdat haar zicht zo slecht was kon zij niet zoveel meer. Het enige wat zij had waren haar luisterboeken. Haar wereld was dan ook erg beperkt.
Ik had een sleutel en als ik hun huis binnen kwam riep ik altijd: "Ik ben het hoor".
En dan zag je haar opfleuren. Mooi om te te zien, ontroerend en triest tegelijk.
Omdat het besef best hard binnenkwam. Dat zij zo weinig kon.

Ongeacht of ik die dag geweest was of niet, ik belde elke avond. Om half acht. G. nam dan de telefoon op en gaf hem aan mijn moeder. Gewoon om te horen of alles goed was. Want zij sukkelde een beetje de laatste tijd en G. zijn Alzheimer werd steeds erger.

Ik keek uit naar die telefoontjes. En zij ook.

Toen mijn moeder was overleden hebben mijn broers en ik het huis leeggehaald. Niet meteen. Maar nadat er zekerheid was dat G. niet meer naar huis kon hebben wij alles opgeruimd.
Het is emotioneel. Er gaat veel door je handen. En aan iedereen werd de vraag gesteld wat je graag wilde hebben.

Dat was voor mij dit klokje. Het stond al een tijdje stil. Op half acht. Toeval bestaat niet zeggen ze. Maar er ging veel door mij heen toen ik het zag. Dat was het tijdstip dat ik altijd belde.

Nu heeft het een mooi plekje bij mij thuis. En elke keer als ik het zie denk aan die telefoongesprekken.

Om half acht.

Vis

Ik had een hele lieve opa. De vader van mijn moeder. Een zachtaardige man die het niet had getroffen met zijn vrouw, mijn oma.
Elke week kwam hij op bezoek, alleen. En hij genoot.

Waar hij ook van genoot was een broodje zoute haring. En die kreeg hij elke week, vers van de visboer. Die ik op mijn fiets haalde.
Wij woonden nog op een flat dus ik was niet ouder dan een jaar of 11, 12.
Het water liep in mijn mond bij het zien van die haringen. Ik wilde ook zo graag! Maar dat was best duur en alleen voor mijn opa bestemd.

Ik hou van vis, altijd gedaan. Lief had nog nooit een vissoort gegeten toen hij mij tegen kwam. Voor hem onbekend terrein. Hij gruwde ook een beetje als hij mij een broodje haring met exra zuur en uitjes zag eten.

Ik blies in zijn gezicht.
"Moet je ruiken", plaagde ik.
Ik zal maar niet vertellen hoe hij keek.
Naarmate de tijd verstreek ging hij wel vis eten. Met mate. Maar een broodje haring gaat er nu wel in.

Zoon en ik delen die liefde, voor de haring.
Alss ik eens in de veertien dagen naar hem toe ga halen wij wel eens een haring. En dat is genieten.

Mijn moeder was ook een vismens Stapel op alle soorten vis. Maar favoriet was toch wel paling.
En als mijn vader op zaterdag wel eens een portie meenam van de markt konden ze die aan het aanrecht opeten. Verder kwam het niet.Die vis heeft de eettafel nooit gehaald.
Als wij bij mijn moeder op bezoek kwamen was er altijd een toastje haring en zalm.

Lief was deze maand jarig. Maar door allerlei omstandigheden is die nog niet gevierd. Binnenkort is het zover. En overlegden wij met zoon en schoondochter wat wij met het eten zouden doen.
"Een visschotel", riepen ze in koor. Want schoondochter houdt ook van vis.

Vis, je kunt er mij voor wakker maken.

Lijnen

Lief is aan het lijnen.

Zomaar ineens, de knop ging om.

Lief is te zwaar en dat weet hij zelf ook wel. Er kan best wat af. Sinds ons huwelijk is hij best wat kilo's aangekomen. Hij ging gewoon met mij mee eten. Ik was en ben een enorme snoeperd. Geen hartige hap. Maar lief houdt van allebei.

Bij hem thuis was het geen vetpot. Met acht kinderen was er alleen het hoogst noodzakelijke. Maar toen hij eenmaal ging werken en geld verdienen was er ook meer ruimte voor de lekkere trek. Maar daar gaf hij niet zoveel om.

Totdat hij mij tegenkwam. Die Jamin van binnen en buiten kende. Die vlakbij school en huis was. Menigmaal werd mijn brood vervangen door een chocolade reep. Ik kwam geen ons aan. 47 kilo schoon aan de haak.

Later werd dat wel anders. Ik viel af en kwam weer bij. Maar nu heb ik een goed gewicht.

Lief zag in één keer het licht.

"Ik ben te zwaar, Jo, toch maar wat aan doen" En de knop ging om.
Dan werkt het wel, uit vrije wil. Ondanks mijn voorzichtige opmerkingen dat hij het voor zijn gezondheid moest doen bleef hij zeggen dat zijn kleren in de was krompen;-).

Dus nu eten wij rijst, broccoli en kip. Verse groenten, fruit en soms pasta, volkoren brood met kaas en geeeen snoep en taart meer.

Goed voor Lief maar niet voor mij. Door mijn zenuwtjes val ik al snel af en met dit erbij moet ik mijn gewicht in de gaten houden.
Want niet alleen Lief valt af, ik ook.

Dus sta ik een paar keer per week op de weegschaal om mijn gewicht in de gaten te houden.
Ik eet nog wel een koekje of zoiets.

Maar vergeleken met vroeger een stuk minder.

Lief krimpt in de breedte, ik in de lengte


Veranderen

Van verschillende mensen gehoord dat mijn lay-out niet prettig was om te lezen. Ik vond hem best mooi, maar had ook wel mijn twijfels bij het reageren.

Dus maar eens aan het fröbelen geslagen. Ik hoop dat het nu beter te volgen is. Wat heb je aan een blog die niet prettig leest.
Het blijft een beetje zoeken dus als jullie nog ideeën hebben?

Van alles en nog wat

Nichtje appte gisteravond dat zij een housewarming geeft. Sinds november vorig jaar is zij in het bezit van een eigen appartement. Instapklaar, zeg maar. En nu een klein feestje begin maart.
Ze heeft al die tijd in een studentenhuis gewoond. Sinds ruim een jaar is zij afgestudeerd en ging op zoek naar een woning. Die heeft zij gevonden en een baan naar haar zin.

Leuk! Ik heb er zin in.

Dinsdag was het erg regenachtig. Dus een dagje Zweedse Warenhuis. Wij hadden nog een bon voor het restaurant. Dus eerst lekker gegeten.
Daarna op ons gemak door het warenhuis waar je een kanon kon afschieten. Heerlijk rustig. Waar Lief erg blij van werd. Mijn favoriete afdeling zijn de kussens. Sierkussen wel te verstaan. Ik heb er veel. Op de bank en ook op het bed. Tot verdriet van Lief.

"Alleen maar voor de sier", zegt hij.

Klopt.

Helemaal.

Maar leuk staat het wel. Lief begrijpt er niets van. Elke moren het bed opmaken en alle kussens erop. Keurig netjes.
En 's avonds weer er af. Het is ook niet te begrijpen. Ik weet het. Maar ik word er blij van. En daar gaat het toch om?

Vandaag weer een dagje kleindochter. De laatste maandjes, want in augustus gaat zij naar de basisschool. Maar op donderdag halen wij ze alle twee uit school. Zodat zoon een dagje rust heeft.
Ze hebben een mooi huis maar soms dromen ze van een huis in het noorden. Landelijk wonen lijkt ze wel wat.
"Dan ga ik mee", zei ik. Maar Lief blijft liever zitten waar hij zit. Zoon waarschijnlijk ook.

Verder een paar rustige dagen voor de boeg. Tijd om weer eens wat uit te zoeken en op te ruimen.

Zo blijf je bezig.

Hormonen

Hormonen en ik gaan niet samen. Dat is bekend. Daarom heb ik ook maar heel kort de pil geslikt. Ik was, op z'n zachts gezegd, een heel naar mens.
Maar daar waren andere oplossingen voor, al zag ik wel tegen de overgang op. Maar dat lag nog ver in de toekomst. Die zich sneller aandiende dan gedacht. Het gaat sluipend, je hebt er geen erg in. Behalve de schrik dat je 46 bent en denkt dat je zwanger bent.

Ik kom mij heel erg naar voelen, kroop in een hoekje van de bank. Mensen moesten mij met rust laten. En na een paar dagen was ik weer de oude ik. Na drie maanden viel het kwartje. Ik zou toch niet in de overgang zijn? Want mijn klachten verdwenen met mijn menstruatie.

De dokter wuifde alles weg. Gewoon stress, meer niet. Dus kwakkelde ik door. De opvliegers, het nachtzweten, de hartkloppingen, het kwam allemaal voorbij. Vooral die duizeligheid vond ik erg. Midden in de supermarkt begon de wereld te draaien.

Je denkt dat je er een keer vanaf bent. Als je zo'n beetje 16 jaar al bezig bent.
"Je lichaam zoekt een nieuwe balans", zegt men dan.
Ammehoela, waardeloos is het.

Toen volgde er een droogteperiode. Ik kon mijn lenzen niet meer dragen. Mijn ogen waren te droog. En dat was niet het enige. Het ging gelukkig weg, na maanden;-).
Maar soms komt het terug.

Ik wil geen hormonen slikken. Dus sukkel ik door.
"Vrouwen van 85 hebben er nog steeds last van", zegt mijn huisarts.

Leuk, not.

Maar wat mij opvalt is dat de angst van vroeger een beetje terug keert. Ik denk teveel en dan meteen het ergste.
Maar hoe verander je jezelf? In de spiegel tegen jezelf zeggen dat je een aansteller bent. Want zo voelt dat wel.

Ik houd de moed er in. Het gaat ooit over, of niet.

Weekend en meer

Die liep anders dan ik dacht. Vrijdag was erg gezellig. Mijn broer belde eerder deze week of ik gezellig wat wilde drinken. Leuk! Mijn andere broer was er ook. Zo vaak zien wij elkaar niet. Maar als wij elkaar treffen is het gewoon fijn.

Lief en ik hadden vandaag een uitje gepland. Eigenlijk gaan wij niet zo vaak weg. Echte huismussen zijn  wij.
Maar gisteren stond ik krakkemikkig op. Een beetje verkouden, een beetje grieperig, van alles wat. Maar niet in staat tot heel veel. Dus ging ons uitstapje ook niet door.

Maar thuis was het ook gezellig. Met een toastje, een drankje en een film was het vanmiddag goed toeven. Een tijd geleden dat wij naar een film keken. Meestal is het een serie.

Wij hebben al een tijdje last van een rare lucht in huis. Wij dachten eerst aan het riool. Maar die is door de gemeente doorgeblazen. Daar kregen wij netjes bericht van. Op 6 en 7 januari zouden zij de werkzaamheden uitvoeren in de wijk.
Toen ik vorige week maandag thuis kwam van Zoon waren ze bezig. De kleppen van het toilet naar beneden en een natte handdoek op het doucheputje.
Klaar zou je zeggen.

Dinsdagochtend om kwart over zeven werd ik wakker van een draaiende motor en veel lichten Lief was inmiddels beneden. Wat bleek?
Ze waren met zwaar beschut terug gekomen en spoelden het riool door. Laat ik nu net die avond daarvoor vergeten de klep naar benden te doen. Ik dacht dat ze klaar waren.

Alles was nat! Zeiknat! Het zat tegen de muren op. Lief was aan het dweilen om half acht. Ik heb alles eruit gesleept en schoongemaakt. Anderhalf uur bezig geweest. Maar hij is weer schoon.

We dachten dat wij van de lucht af waren. Maar niet dus. Het lijkt op nat wasgoed wat te lang ligt. Een vochtprobleem denken wij. Maar we kunnen het niet vinden. Overal gekeken. Veel van zijn plek gehad. Geroken. Maar we weten nog steeds niet waar het vandaan komt. Nu gaan wij de kruipruimte inspecteren. Dat is nog de enige mogelijkheid. Vroeger stond daar altijd een laag water in. Maar tegenwoordig is alles goed geïsoleerd.

Maar we zoeken verder. Het moet toch ergens vandaan komen.

Lieve woorden


Leef jouw leven en leef zoals jij dat wilt.....

Lieve woorden van een bijzonder iemand. Die er altijd is. Klaar staat voor een ander. En dat zijn er niet zoveel.

Hoe vaak heb ik niet aan die woorden gedacht. Elke dag komen ze wel even voorbij. Hoe doe je dat? Je eigen leven leiden? Je niks aantrekken wat een ander denk en of zegt?
Sommige mensen staan sterker in hun schoenen dan andere.

Aangezien ik mensen niet kan veranderen moet ik zelf veranderen en dat is moeilijk. Want dan ga ik tegen mijn karakter in. Kon ik mijzelf maar resetten en gewoon opnieuw beginnen. Met een schone lei. Lijkt mij heerlijk! Maar ik doe mijn best.

                           -------------------------------------------------------------

Ik geniet erg van de kleinkinderen. Pas geleden kwam kleindochter een dagje bij ons. En je maakt haar erg blij met een bezoekje aan de Kringloop. Waar ze ook wel eens met haar ouders heen gaat.
Vooral de boeken en de speelgoedafdeling weet ze goed te vinden.

"Daar is de lift opa, maar je moet wel lang wachten"
Dus namen wij de trap. Kleindochter vond alles prachtig en wees ons de weg.
Een paar leuke puzzels op de kop getikt. Inmiddels heb ik een hele verzameling. Bij de uitgang mocht ze een gratis knuffel uitzoeken.

Ze legde hem netjes op de toonbank, maar de meneer van de winkel gaf hem aan haar.
Eenmaal vlak bij de uitgang zei ze heel verbaasd: "Hij heeft hem niet gescand!"

Haar broer uit school gehaald en eenmaal bij ons thuis moest er natuurlijk gepuzzeld worden. Een paar van 48 stukjes.
Ik hielp kleindochter, Lief hielp kleinzoon met de eerste aanzet.
Kleindochter is verzot op puzzelen. En is daar erg goed in. Lief minder. Die kreeg het niet voor elkaar.

"Gewoon puzzelen, opa", moedigde kleindochter aan.
Maar Lief heeft niet zoveel geduld en liet alles aan de kleintjes over.

Wijsneuzen zijn het.




Schatten

Vandaag onze boom weggehaald. Altijd moeite met neer zetten en moeite met weghalen. Want als ie eenmaal staat is het ook wel weer gezellig.
Een heel project. Om alles weer zo op te bergen dat ik er dit jaar zonder moeite bij kan.

Alles achter het schot. En dan kom je van alles tegen. Een schilderij dat mijn vader nog gemaakt heeft. En ik nog steeds een plekje daar voor moet vinden. Allemaal foto's van de familie van Lief. Een matrasje van het campingbedje. Dat moet nog steeds weg. Want de kleinkinderen liggen er niet meer in.

Heel veel bekers van Lief. Die hij heeft gewonnen met tafeltennis. Vroeger speelde en trainde hij zo'n drie, vier keer in de week. Zijn lust en zijn leven. En elk toernooi kwam hij wel met een beker thuis.
"Alweer?" zei ik soms. Want ik wist niet waar ik ze neer moest zetten.
Krantenknipsels. Want hij stond ook in de krant na een overwinning.

Dat is allemaal lang geleden. Mensen met wie hij trainde hielden er één voor één mee op. En op een dag hing zijn spullen ook aan de wilgen.
Hij miste het wel. En hij heeft nooit meer iets gevonden waar hij zijn ziel en zaligheid in kwijt kon.

Pas geleden nog een schilderij van "Het Melkmeisje" opgehangen. Dat had ik aan mijn moeder gegeven. Helemaal geborduurd. Met een mooie lijst er omheen.
Ik zat vroeger veel thuis en ik vond het leuk. Zoon zag het voor het eerst en had niet door dat het geborduurd was.

Er liggen veel spullen achter het schot. Wij moeten dat echt eens opruimen. En weggooien. Maar er liggen ook wel persoonlijke schatten. Die je niet in huis kwijt kan maar ook niet weg wilt gooien.
Het is een beetje kaal nu. Mijn eigen spulletjes weer terug zetten.

Het gewone leven begint weer.


Plezier

Maandag beginnen de scholen weer. Het normale leven. Kleinzoon en kleindochter gaan dan ook weer naar school.

Maar in de vakantie is een dag naar opa en oma vaste prik.
"Wat gaan we doen? Waar gaan we heen?" is de vraag van kleindochter. Ook vaste prik.

Eerst naar de stad. Voor nieuwe mutsen en handschoenen. Ze wilden ze zelf uitzoeken en gelijk maar gebruiken. In een restaurant gezellig gegeten met z'n viertjes.

Wij besloten om naar een soort landgoed te gaan. Waar je heerlijk kunt wandelen, het kabouterpad lopen en er is een (binnen) jungle. Daar wilden ze graag heen.
Meteen maar in de rij gaan staan, de drukte viel mee. Wij kregen een stempel op onze hand voor nog een bezoekje. Leuk!

Je moest ze wel in de gaten houden, er was ook water. Maar het was een schot in de roos. Alle dieren bekeken, van ver en dichtbij. Heel leerzaam en gezellig.

Toen lustten ze wel een ijsje. Gelukkig is alles overdekt. Ik wilde standaards een cappuccino. Maar een vrouw voor mij nam warme chocolademelk met heeeeeel veel slagroom.
"Dat wil ik ook", zei ik. De kleinkinderen en Lief namen een ijsje.



Daarna ronde twee in de jungle. Net zo enthousiast als de de eerste keer. Daarna naar buiten, naar het doolhof. Ze weten goed de weg. Gillend van plezier en rode wangen van de kou renden ze daar doorheen.

"Ik ben moe", zei kleindochter.
"Ik ook", zei ik.
Weer in de auto gestapt.
Kleindochter vond het geweldig.
"Wij gaan bij opa en oma wonen en bij papa en mama logeren", glunderde ze.

Daar gaat je hart toch wel een beetje van smelten. Maar ze toch maar naar huis gebracht;-)

En eenmaal thuis gingen Lief en ik onderuit.

Maar het was een geweldige dag

Gever

Het cadeau is voor de gever die heeft er het meeste aan.

Dat heb ik eens gelezen en dat sprak mij erg aan. Want zo ben ik. Zo zit ik in elkaar. Ik word blij als een ander blij is. Ik maak graag mensen gelukkig. Want ik geef liever iets dan dat ik het ontvang.
Ik roep altijd spontaan: "Dat krijg je wel van mij", of "Ik betaal het wel".

Maar als ik in de stad loop en ik zie iets wat ik leuk vind dan koop ik het niet. Het gaat dan om een klein bedrag. Ik loop er tien keer langs, besluit het toch niet te doen.

Lief begrijpt daar niets van. En misschien is het ook niet te begrijpen.

Maar zo ben ik altijd al geweest. Ik kon enorm genieten van de voorpret van Sinterklaas. De cadeaus, gedichten, altijd een verrassing. En dan de blije gezichten.Zo leuk!

Lief vindt het een goede eigenschap. Maar ook een slechte.
"Mensen maken misbruik van je", zegt hij.
"Ze weten dat je altijd klaar staat en geen nee zegt".

Hij heeft wel gelijk. Maar zoiets leer je niet in één keer af.

Gewoon leren doceren.


Op mijn netvlies

Ik riep altijd heel stoer: "Dat pesten, daar ben ik wel overheen". Maar de laatste tijd merk ik toch dat dat niet het geval is. Het heeft wel degelijk een stempel op mijn doen en laten gedrukt.

Voor mij is het nog onbegrijpelijk hoe twee meisjes van ongeveer twaalf jaar oud jaren ongestoord hun gang konden gaan. Dat niemand dat in de gaten had. Geen enkele leerkracht op school was zich er van bewust. Natuurlijk had ik mijn mond open moeten doen. Maar de ene twaalfjarige is de andere niet.

Die twee, ik zie ze nog haarscherp voor mij. Eén meisje woonde in dezelfde straat. Praktisch mijn buurmeisje. Ze manipuleerden twee klassen. En ik zat alleen. Had de lerares niets in de gaten of wilde ze niets zien? Voor mij nog altijd een vraag. Een meisje dat altijd alleen achter in de klas in een hoekje zat, ineengedoken, dat valt toch op. En niet één week, één maand, nee.... jaren.

Laten struikelen in de hal tussen de lessen door, inkt in je tas gooien, je huiswerk verscheuren. Een stomp in je maag, achtervolgd worden tot in de toiletten, het staat op mijn netvlies. En het heeft mij gevormd. Tot op de dag van vandaag.

Ik heb nooit geleerd van mij af te bijten. Voor mijzelf op te komen. Ik dacht als ik maar aardig ben dan is men ook aardig tegen mij. Dus zei ik overal ja op. Ook al kwam het niet uit, was ik moe, had ik even geen zin.

En als je dan van mensen die dicht bij je staan zo'n trap na krijgt, dat helpt niet echt. Mijn zelfvertrouwen, als ik het al had, bereikte het nulpunt.
Het geloof in mensen ben ik wel kwijt geraakt. Je wordt toch gekwetst, al doe je het nog zo goed.

"Wie goed doet goed ontmoet". Ik geloof er niet in.

Ik heb het ook laten gebeuren. Misschien stond het wel dik op mijn voorhoofd geschreven. Ik weet het niet.

Maar het wordt toch tijd dat ik eens voor mijzelf opkom. Dus in het nieuwe jaar gaat de bezem door het huis. En mijn gedachten.

Wat Mirjam zei is waar: "De mensen veranderen niet dus moet je zelf veranderen.

En dat ga ik doen.


Gelukkig nieuwjaar 2020

jjjj

Ik wens iedereen een heel gelukkig 2020.

Alle goeds, veel geluk en vooral gezondheid.

Maak er een mooi jaar van.